Modelverordening ondersteuning van in de raad vertegenwoordigde groeperingen

maandag 30 augustus 2010

Modelverordening ondersteuning van in de raad vertegenwoordigde groeperingen

De raad van de gemeente .....;

Gelet op artikel 33, tweede lid, van de Gemeentewet ;

Besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de ondersteuning van in de raad vertegenwoordigde groeperingen ... (jaartal);

Artikel 1

1.    De groeperingen, zoals bedoeld in artikel G 1 van de Kieswet, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het ondersteunen van hun raadsleden.

2.    Deze bijdrage bestaat uit een vast deel van €... voor elke politieke groepering. Daarnaast ontvangt elke groepering een bedrag van €.. per raadszetel.

3.    De raad past de bedragen, genoemd in het tweede lid, per 1 januari van elk jaar aan volgens de voor de gemeentebegroting gehanteerde loon- en prijsbijstelling.

Artikel 2

1.    Groeperingen besteden de bijdrage om de volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol van hun raadsleden te versterken.

2.    De subsidie wordt slechts verstrekt voor uitgaven die direct samenhangen met de volgende activiteiten:

a.    politieke vorming- en scholingsactiviteiten;

b.    informatievoorziening;

c.     politiekwetenschappelijke activiteiten;

d.    activiteiten ter bevordering van de politieke participatie van jongeren;

e.    het werven van leden;

f.      het betrekken van niet-leden bij subsidiabele activiteiten van de politieke partij;

g.    werving, selectie en begeleiding van politieke ambtsdragers;

h.    activiteiten in het kader van verkiezingscampagnes.

Artikel 3

1.    De bijdrage wordt, voor 31 januari van een kalenderjaar, als voorschot op dat kalenderjaar verstrekt.

2.    In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het voorschot verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt, wordt het voorschot verstrekt voor de overige maanden van dat jaar.

3.    Na afloop van het kalenderjaar, doch uiterlijk voor 1 maart, zendt elke groepering een door de ledenvergadering vastgesteld verslag omtrent de wijze waarop de bijdrage in dat jaar werd besteed, aan de raad.

4.    De raad stelt de definitieve bijdrage vast binnen vier maanden na 1 maart.

5.    Het voorschot wordt verrekend met teveel ontvangen voorschotten.

Artikel 4

1.    Indien het zeteltal van een groepering ten gevolge van verkiezingen verandert, wijzigt de bijdrage:

a.    bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt.

b.    bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt.

2.    Indien tijdens de zittingsduur, als bedoeld in artikel C4 van de Kieswet, een of meer raadsleden, als zelfstandig raadslid gaan optreden, heeft (hebben) zij, met ingang van de eerste van de maand volgende op die, waarin de schriftelijke mededeling aan de voorzitter van de raad is gedaan, slechts aanspraak op dat deel van de tegemoetkoming dat gevormd wordt door de vergoeding per raadslid, zijnde ten hoogste € .. .

3.    Indien tijdens een zittingsjaar meer groeperingen als één groepering gaan optreden, heeft deze nieuwe groepering aanspraak op de in artikel 1 lid 2 genoemde bijdrage met ingang van de eerste van de maand, volgende op die, waarin de schriftelijke mededeling aan de voorzitter van de raad is gedaan.

4.    Indien tijdens een zittingsjaar, een raadslid van een groepering zich aansluit bij een andere bestaande groepering, hebben de betrokken groeperingen met ingang van de eerste van de maand volgende op die waarin die schriftelijke mededeling aan de voorzitter van de raad is gedaan, aanspraak op de ingevolge artikel 1 lid 2 toekomende bijdrage, met inachtneming van het nieuwe aantal raadsleden.

Slotbepaling.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking met ingang van ...

Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van ...op ...

Toelichting op de Modelverordening ondersteuning van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (artikel 33 lid 2 Gemeentewet)

Algemeen

Bij de invoering van de Wet Dualisering gemeentebestuur (2002) is bepaald dat individuele raadsleden recht hebben op ambtelijke bijstand. Hiervoor kan paragraaf 1 van de modelverordening van de VNG gevolgd worden.

Daarnaast heeft de wetgever uitgesproken dat er een wettelijk recht is voor ondersteuning van de fractie. De basis hiervoor was de notitie Herijking Wet subsidiëring politieke partijen. Daarin staat het volgende: “Zogenoemde lokale partijen maken een substantieel deel uit van de lokale volksvertegenwoordiging. Ingevolge de Wet subsidiëring politieke partijen komen alleen partijen voor subsidie in aanmerking die in de Staten-Generaal zijn vertegenwoordigd. De vraag is of niet ter versterking van de kwaliteit van de lokale politiek een gerichte vorm van ondersteuning geboden zou moeten worden”.

Het antwoord op deze vraag werd door de Tweede-Kamer gegeven bij de behandeling van de Wet Dualisering gemeentebestuur door het aannemen van het amendement dat ingediend werd door de leden De Cloe, Van der Hoeven en Scheltema-de Nie. De toelichting op het amendement luidt: “Omdat de huidige fractieondersteuning niet altijd voldoende functioneert (of zelfs niet aanwezig is), wordt met dit amendement gekozen voor een recht op ondersteuning van de in de raad vertegenwoordigde groeperingen”. Dit is vastgelegd in art. 33 lid 2 van de Gemeentewet. Dat luidt: “De in de raad vertegenwoordigde groeperingen hebben recht op ondersteuning”. De gemeenten dienden uiterlijk 7 maart 2003 een verordening vast te stellen waarin niet alleen de ambtelijke bijstand maar ook de fractieondersteuning is vastgelegd.

De Staat heeft nog altijd de opvatting  dat lokale politieke partijen op lokaal niveau moeten worden gesubsidieerd. (Tweede-Kamer, vergaderjaar 2004-2005, 29 869) Die mogelijkheid is gegeven met de invoering van artikel 33 lid 2 van de Gemeentewet.

Bij deze modelverordening is gebruik gemaakt van de verordening die de gemeente Zaanstad hanteert. Deze straalt vertrouwen uit (geen zware controle). Er is verder gekozen voor een positieve benadering door aan te geven waaraan de bijdrage besteed kan worden in plaats van de negatieve benadering  door te stellen wat niet mag. Hiermee voorziet deze verordening in een systematiek waarbij de bijdrage door de politieke groepering naar eigen inzicht voor activiteiten kan worden aangewend onder de voorwaarde dat deze activiteiten deel uitmaken van een limitatieve opsomming van activiteiten zoals zeer globaal omschreven zijn in artikel 2 lid 2. Deze bestedingsmogelijkheden zijn overgenomen uit de huidige Wet subsidiering politieke partijen (Wspp).

Naar het archief.