nieuwsbrief maart 2012
vrijdag 23 maart 2012
Op donderdag 19 april aanstaande heeft het bestuur overleg met minister van BZK mevrouw mr. drs. J.W.E. Spies. De volgende onderwerpen zullen besproken worden:
· De intrekking van de regeling vorming en scholing van (kandidaat)raadsleden en de financiële gevolgen daarvan voor de VPPG en de lokale partijen. Hoe verder?;
· De Wet financiering politieke partijen (Wfpp);
· Artikel 33 Gemeentewet. Wat doet de minister met de gemeenten die geen invulling hebben gegeven aan de wettelijke verplichting van fractieondersteuning;
· Vermindering aantal raadsleden;
· Waarom de vereniging Raadslid.nu een subsidie heeft gekregen van € 10.000 via het actieprogramma lokaal bestuur?.
Noteer alvast: In verband met het Pinksterweekend heeft het bestuur de Algemene Ledenvergadering VPPG verplaatst naar zaterdag 19 mei 2012!!!
Wfpp.
Voorzitter Fons Zinken heeft samen met Marianne Schrijver, hoofd Expertisecentrum Gemeenterecht van de VNG, gesproken met woordvoerders van Kamerfracties over de Wet financiering politieke partijen (Wfpp). Op 21 december 2011 waren dat de heren Ger Koopmans (CDA), Pierre Heijnen (PvdA) en Joost Taverne (VVD). Op 30 januari 2012 was het gesprek met Gerard Schouw (D66). De overige partijen hadden geen gevolg gegeven aan de oproep van de VNG. Daarmee, maar ook uit de gesprekken, is duidelijk aangetoond dat de meerderheid van de Tweede-Kamer meer oog heeft voor de belangen van hun partijen, dan voor het goed functioneren van onze grondwettelijke democratie. (Lees meer)
Minder raadsleden
Het kabinet is voornemens om het aantal raadsleden en wethouders met 25% te verminderen. Op de algemene ledenvergadering van 19 mei aanstaande wordt dit thema, na het huishoudelijke gedeelte, op de agenda geplaatst.
Deze Wet is, strikt genomen, een wijziging/aanpassing van de Wspp (1999) en dan alleen op het vlak van bijdragen door natuurlijke en rechtspersonen aan politieke partijen waaraan bij de verkiezingen voor de Tweede-Kamer of Eerste-Kamer der Staten-Generaal een of meer zetels zijn toegekend. Juridisch zitten er vreemde kronkels in deze Wfpp. Zo wordt onder andere het verenigingsrecht ondermijnd (artikel 23) door de lokale afdelingen van politieke landelijke verenigingen te ontkoppelen als het gaat om de financiële verantwoording van bijdragen. Met andere woorden. Bijdragen aan afdelingen van landelijke partijen hoeven niet bekend gemaakt te worden. Zo kan een bedrijf bij de verkiezingen voor de Tweede-Kamer de campagne van een partij met tonnen financieren via de afdelingen zonder dit bekend te maken.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen zijn de politieke landelijke partijen concurrent van lokale politieke partijen. Deze krijgen geen financiële ondersteuning in hun activiteiten en campagnevoering. Om die ongelijkheid in behandeling op te heffen heeft de Tweede-Kamer in 2005 een motie aangenomen en de minister verzocht om spoedig met een nieuwe wet op de partijfinanciering te komen waarbij de lokale partijen/groeperingen een gelijkwaardige status krijgen. Dit verzoek is in deze Wfpp niet gehonoreerd. Er zijn kennelijk nog altijd twee soorten politieke partijen/groeperingen bij de gemeenteraadsverkiezingen. De vraag is of de leden van de Tweede-Kamer bij hun oordeelsvorming niet te zeer beïnvloed worden door financiële belangen van hun partij. Zoals in de memorie van toelichting staat, dient ook de mogelijke schijn daarvan te worden tegengegaan. Is dat gelukt?
Wie de behandeling van deze wet in de Tweede-Kamer heeft gevolgd, kan zelf de conclusie trekken dat het de Kamerleden niet gelukt is om over de partijbelangen heen te stappen. De Tweede-Kamer heeft veel en lang gedebatteerd over wie het toezicht moet uitoefenen op de politieke partijen met betrekking tot deze Wfpp. Moet dat de minister van BZK zijn of de rechter of de Kiesraad.
Hierbij een aantal constateringen en opmerkelijke uitspraken tijdens de debatten:
· Mevr. Ortega-Martijn (Christen Unie) gevraagd heeft waarom de minister niet heeft overwogen om de subsidieregeling ook van toepassing te laten zijn op lokale partijen;
· De SP tegen elke vorm van sponsoring van politieke partijen is;
· Veel discussie is geweest over de partijfinanciering van de SP;
· De VVD is geen voorstander van subsidiering van politieke partijen. De politieke betrokkenheid van de inwoners van ons land zou zich moeten vertalen in zodanige financiële ondersteuning van de politieke partij van hun keuze.
· Het maakt de VVD-fractie niet uit waar partijen hun geld vandaan halen, als ze er maar open kaart over spelen.
· De Partij van de Arbeid is helder: politiek is niet te koop. Als er gulle gevers zijn, moet dat transparant zijn. Dit wetsvoorstel is zo lek als een mandje als we lokale afdelingen van politieke partijen buiten beschouwing laten;
· De beslissingen in de lokale politiek zijn concreter: bouwvergunning, milieuhandhaving, gronduitgifte, subsidie. Je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een bedrijf dat een onmiddellijk belang heeft bij beslissingen in de lokale politiek. Wij vinden het nog belangrijker dat dit op lokaal niveau goed geregeld wordt dan op landelijk niveau (PvdA);
· Als aan een partij bedragen in de orde van grootte van honderdduizenden euro's worden geschonken, is er sprake van een substantieel belang en dan zou er sprake kunnen zijn van "voor wat, hoort wat". Die schijn, of zelfs die realiteit, dient door de wetgever te worden vermeden (PvdA);
· Ook rechtsvormen zonder leden, zoals die van de Partij voor de Vrijheid en van Trots op Nederland, zouden voor overheidssubsidiëring in aanmerking moeten komen (Groen Links);
· Juist in tijden van financieel-economische crisis wil je in de Kamer optimale ondersteuning hebben om de regering te controleren, om te controleren of de juiste beslissingen worden genomen. Wij hebben namelijk al een grote informatieachterstand (Groen Links);
· Als deze wet in deze vorm doorgaat, zullen we nog jarenlang vele voorbeelden zien van situaties waarvan we denken: het is niet fijn dat dit gebeurt (CDA);
· Wij wensen namelijk geen staatsinmenging in onze politieke partij. Wij willen geen subsidie, in tegenstelling tot alle andere politieke partijen in de Tweede Kamer. Wij willen geen geld van de overheid. Wij zullen daarom onze eigen verantwoordelijkheid nemen (PVV);
· De mazen in deze wet zijn niet groot, die zijn enorm. Ook de bestuurderspartijen praten daar niet over, want wij weten allemaal dat giften aan regionaal gelieerde instellingen niet onder deze wet vallen. Het CDA heeft alles dus al klaarliggen (PVV);
· Ik heb al gezegd dat deze wet vele mazen heeft. Wij gaan uiteraard proberen gebruik te maken van die mazen. Ik ben degene die dat eerlijk zegt. Ik ben ervan overtuigd dat een groot aantal Kamerleden, misschien u ook wel, hierover nadenkt. Wij gaan in ieder geval de identiteit van Henk en Ingrid niet zomaar prijsgeven (PVV);
· Wat betekent "mazen in de wet" en wat betekent "Tom Poes verzin een list"? (CDA);
· Ik kom te spreken over de lokale en regionale afdelingen. Het standpunt in dit wetsvoorstel heeft alles te maken met de principiële keuze die we tot op heden steeds hebben gemaakt om de Wet financiering politieke partijen alleen betrekking te laten hebben op partijen en groeperingen die in de Tweede of in de Eerste Kamer vertegenwoordigd zijn. We hebben daarbij ook steeds aangegeven dat provincies, gemeenten en waterschappen verantwoordelijk zijn voor lokale partijen, provinciale partijen of partijen die aan waterschapsverkiezingen meedoen. Ik vind het dus logisch dat wij, redenerend vanuit het bestaande stelsel, vasthouden aan die wat meer principiële lijn – het klinkt wat zwaar – dat wij ook ten aanzien van de giften de voorschriften betrekking laten hebben op die onderdelen van politieke partijen die vertegenwoordigd zijn in de Tweede Kamer of in de Eerste Kamer. Daarom hebben wij in dit wetsvoorstel geen voorziening opgenomen die zich specifiek richt op lokale partijen of lokale afdelingen van politieke partijen (Minister Spies).
Tijdens de gesprekken is gebleken dat de VVD en het CDA achter de mening van de minister blijven staan. De PvdA en D66 zijn het met de VNG en de VPPG eens dat ook de lokale partijen recht hebben op rijkssubsidie. Zij hebben er geen aandacht aan geschonken bij de behandeling van het wetsontwerp Wfpp omdat er geen meerderheid in de Tweede-Kamer is te verkrijgen. Dit is jammer en een gemiste kans. De VNG en de VPPG zullen de Eerste-Kamer ervan overtuigen dat ook deze Wfpp in strijd is met de Grondwet. Onze hoop is er op gericht dat deze Kamer het partijbelang ondergeschikt maakt aan het functioneren van onze democratische rechtstaat en daarom deze monstrueuze Wet, die onmogelijk te handhaven is, afschiet!