De taak van het gekozen raadslid is het vertegenwoordigen van alle inwoners van de gemeente naar wat volgens zijn/haar persoonlijk oordeel (waardeoriëntatie, nur ihrem Gewissen unterworfen) het beste is. Het persoonlijk oordeel dient gevormd te worden via interactieve beleidsvorming. Dat wil zeggen. Veel contact met de inwoners om goed te weten wat er leeft. Op basis daarvan een beleidsvisie ontwikkelen voor de besluitvorming in de raadsvergadering.
Deze grondwettelijke taak kan niet uitgeoefend worden via een politieke landelijke partij. Deze partijen oefenen de macht uit vergelijkbaar met de late middeleeuwen waarin de volksvertegenwoordigers waren gebonden aan een imperatief (gebiedend) mandaat van de privaatrechtelijke standenorganisaties. Zij waren verplicht uit te voeren wat die standsorganisaties voorschreven. Zo is dat ook nu met het Kamerlid, Statenlid en Raadslid van de politieke landelijke partijen. Zij moeten uitvoeren wat de leden van de privaatrechtelijke politieke vereniging beslissen. Wat het volk wil, is daaraan ondergeschikt. Bij de Grondwetsherziening 1983 heeft de Staten Generaal nog plechtig beloofd: “Elk bindend mandaat aan een volksvertegenwoordiger is nietig”.
De meeste jongeren zijn minder geïnteresseerd in het vormgeven van hun buurt, wijk, dorp of stad. Zij zijn, net als alle jongeren door de eeuwen heen, meer bezig met hun persoonlijke ontwikkeling. Dat heeft nadelige gevolgen voor het democratische proces. Jonge mensen moeten het politieke vak op een zo onafhankelijk mogelijke manier leren. Talenten zullen in hun zoektocht naar een visie op de samenleving niet gehinderd moeten worden door politieke landelijke partijstructuren. De mens in hun leefomgeving dient centraal te staan in het rijpingsproces. Dit kan het beste gerealiseerd worden in een bestaande of zelf op te richten lokale politieke partij. Wanneer dit geschiedt in een politieke landelijke partij dan komen deze talenten te zeer in een koker terecht die de creativiteit verlamt of zelfs afbreekt. Het zijn meestal baantjesjagers die omwille daarvan kritiekloos de partijbonzen moeten volgen. Met als logische gevolg dat het schort aan kwalitatief goede volksvertegenwoordigers.
In een democratie is de gemeente de eerste overheid. Gemeenten staan dichter dan welke overheid bij hun burgers. Daarmee krijgt de overheid een gezicht voor mensen. De gemeente is de eerste uitkijkpost van de overheid in een turbulente samenleving. Het lokaal bestuur heeft dus een belangrijke taak bij de aanpak van concrete problemen en het bieden van overzicht. Dat is ook de eerste conclusie die in het onderzoek van de Tilburgse school voor politiek en bestuur is getrokken, namelijk: ‘dat lokale politiek voor kiezers weinig verband houdt met partijpolitiek’. Dit heeft tot gevolg dat kiezers thuisblijven, dan wel zich laten leiden door landelijke politieke overwegingen.
Om de democratische kwaliteit van gemeenteraadsverkiezingen te vergroten, is het dus van belang het partijpolitieke karakter ervan te verminderen en het lokale karakter te versterken. Dat kan onder andere door de landelijke politieke partijen te verbieden of te ontmoedigen om onder eigen naam aan de lokale verkiezingen deel te nemen. In meerdere landen is dit al de praktijk. In Griekenland wordt alleen door lokale partijen aan de lokale verkiezingen deelgenomen. In grote delen van de VS en in Canada nemen geen partijen maar individuele kandidaten aan de verkiezingen deel. Politici worden hier niet beoordeeld op hun politieke kleur, maar op hun ideeën en kwaliteiten.